Persoonlijk verhaal van een moeder die ontdekt dat haar zoon anders is dan andere kinderen.
Wat als PDD-NOS zijn intrek in je huis neemt?
De babykamer is helemaal opnieuw ingericht. Het kindje dat verwacht wordt mag komen.
Persoonlijk verhaal van een moeder die ontdekt dat haar zoon anders is dan andere kinderen.
Wat als PDD-NOS zijn intrek in je huis neemt?
De babykamer is helemaal opnieuw ingericht. Het kindje dat verwacht wordt mag komen. En het is een prachtige jongen: Rutger.
Maar veel dingen gaan zo anders dan bij haar andere kinderen. Lange tijd denkt Ellen dat het aan haar ligt. Totdat de bevrijdende diagnose wordt gesteld. In dit boek schrijven moeder én zoon over hun ervaringen, en over hun botsingen, en hoe ze die samen te boven kwamen.
‘Had ik dit boek maar kunnen lezen toen we er nog middenin zaten, dan wist ik tenminste hoe ik hiermee om kon gaan. Ik hoop van harte dat dit boek veel broers, zussen, ouders en vrienden van mensen met PDD-NOS tot hulp zal zijn.’ Broer Kars
Lees verder »
![]() |
abonneer op RSS feeds | ![]() |
deel deze pagina met je vrienden |



Ineke Baron (1957) volgt de opleiding tot psychosociaal en pastoraal therapeut. Ze is hulpverlener in gevangenissen. Ze schreef tevens diverse jeugdboeken.
Gisteravond weer een erg mooie zangdienst gehad in de tent. We hebben nu drie keer een zangavond gehad en alle keren waren ze zo anders maar zo mooi dit te mogen organiseren. Voor gisteravond had ik als thema: ‘Wonderen” genomen en er waren verschillende bijdragen, vanuit de toeristen, van de kinderclub, het team en het bandje waar Hielke in meespeelt deed ook mee. Als slotlied speelden ze: “Alleen door U”.
Al jaren was ik op zoek naar een gedicht dat ik net niet helemaal meer uit mijn hoofd kende maar vroeger op een lp-plaat van Barthemeus eens gehoord. Ik had er vaker op gegoogled en toen ik het afgelopen zondag weer eens probeerde had ik em ineens in beeld. En dat gedicht heeft iemand voorgelezen en daarna met de gitaar een prachtig lied gezongen over een Koningskind: maar als hij lacht dan gaat de hemel open…
de zin: ‘Maar is dit geen heerlijk wonder: Jezus gaf voor mij Zijn bloed’ stond centraal en de kinderen zongen het wissellied: Ik ben zo gelukkig, – hoe ben jij gelukkig? – Ik ben zo gelukkig – vertel met toch waarom - Ik ben zo gelukkig – ik wil het ook graag zijn. Het is een wonder, wat is het wonder, is dat wonder dat gebeurt is ook voor mij? Jezus stierf en redde mij gaf Zijn bloed en kocht mij vrij, dus kan ik gelukkig zijn.
Prachtig die kinderen!
Hier het gedicht:
Vele, vele mensen smeken
om genezing – keer op keer:
Laat mij zien! Laat mij weer horen!
Laat mij lopen! dierb’re Heer.
Jezus Christus kan genezen,
ieder uur, elk ogenblik,
maar… als ‘t niet gebeurd, zegt gij dan:
‘t is mij goed zo Hij ‘t beschikt?
Hier beneden te gaan door ‘t leven
zonder beperking is wel fijn,
maar God vraagt straks niet, was uw lichaam
op aard wel zonder ziekt’ of pijn?
Zieken én gezonden, hoort toch,
eens spreekt God ons allen aan.
Dan zal déze vraag weerklinken:
Wat hebt u met Mijn Zoon gedaan?
Eens ging Jezus rond op aarde,
Hij genas, deed zóveel goed.
Maar, is dít geen heerlijk wonder:
Jezus gaf voor mij Zijn bloed!
Jezus heeft mijn ziel genezen
van mijn zondeschuld voor God.
Daarin steeds te mogen roemen,
is mijn eeuwig zalig lot!
Jezus droeg aan ‘t kruis mijn zonden!
Jezus deelt in al mijn smart!
Zolang ik Hem daarvoor blijf danken,
heb ik vrede voor mijn hart.
Maar, al mag ‘k een kind van God zijn
en al droeg Zijn Kruis mijn al,
zonde en ziekt’ ontmoet ik in mijn leven,
totdat ‘k bij Jezus wezen zal!
En, als de Heer nu nog eens langs kwam
en Hij stond dan bij mij stil,
vroeg ‘k nooit in de eerste plaats: genees mij,
maar, vorm mij Heer gans naar Uw wil!
Met dit gebed in ‘t harte reis ‘k naar ‘t land
waar ziekt’ is noch pijn,
waar ik mijn Heiland mag aanschouwen,
waar God al in al zal zijn!
Oh, laat dit toch het verlangen
steeds van al Gods kinderen zijn,
dat de Heiland tot Zijn doel komt
zij ‘t dan dwars door ziekt’ of pijn.
Houdt uw oog gericht naar boven.
Al ziet ge niet, blijf tóch geloven
Kind van God, wij gaan naar Huis!
(schrijver onbekend)
Het is stil hier, allen hoor ik zo af en toe Tjeerd die
naast me ligt te slapen, maar verder… en
terwijl ik naar de stilte luister ruik ik hout, een diepe indringende houtgeur.
Maar ik heb in de caravan geen hout gezien, en de voortent is gewoon van
tentdoek. Heeft er misschien ergens iemand een open haard aan? Maar wat ik ruik
is geen brandlucht. Het is meer de geur
zoals het in een sauna ruikt maar dan zoveel sterker en dieper en lekkerder,
en opeens besef ik; ik ruik de bomen. De
vochtige bomen en de vochitige dennenappels en naalden waarmee de grond bezaaid
ligt hier. Ik ruik gewoon het bos.
Twee dagen IKR zijn nu voor bij en ik begin me steeds meer
thuis te voelen in deze rol. Pastor op een camping, pastor in het bos nieuwe en
bekende gezichten, en zomaar mensen die hun levensverhaal vertellen. Gisteravond toen ik van de zandvlakte kwam en
ik op de fiets bij de caravan aankwam was Tjeerd in gesprek geraakt. Het feit dat zijn vrouw pastor was, maakte dat
ze met hem meeliep en het was 11 uur toen ze haar eigen caravan weer opzocht.
Op de zandvlakte hebben we het kennismakingsspel bijgewoond.
Een spel waarbij er aan alle bomen genummerde witte briefjes hingen die in
volgorde opgezocht moest worden en ingevuld.
Wil je meer spelregels weten reageer dan maar even. Het was erg leuk zo
fanatiek iedereen meedeed. De papa’s met
de kinderen maar vooral ook die twee stoere jongens van 13, ze hadden het zweet op hun hoofd. gelukkig dat zij de tweede prijs kregen.
Vanmorgen op de kinderclub waren er 17 kinderen en dat
vormde met de teamleden een grote kring.
Zondagmorgen werd de kerkdienst door ruim 200 mensen
bezocht, zondagavond waren dat er 70-80.
En dan de gesprekken met onbekende mensen die al snel
helemaal niet meer onbekend zijn. Mensen die hier al jaren in het bos staan,
eerst met man en kinderen en nu alleen. Of anders.
Wat ben ik God dankbaar dat Hij Tjeerd en mij deze tijd
geeft. En dat Hij in die tijd ook rust geeft.
Dat kan niemand anders zo bedenken dan alleen Hij die de tijd geschapen
heeft.
Vandaag, tegen tien uur, wordt team 1 verwacht: Loes, Marjolein, Daniel, Kim, Marlijn, Sjoukje en Peter. En morgen zal het IKRwerk op de zandvlakte beginnen. Bij het zoeken naar een Bijbeltekst kwam ik weer bij deze: “Vertrouw op de HEER met heel je hart, steun niet op eigen inzicht. Denk aan Hem bij alles wat je doet, dan baant Hij voor jou de weg.” — Spreuken 3:5-6 en mijn gebed is: “Heer wil ons gebruiken in Uw dienst.”
“God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door Hem te redden.” — Johannes 3:17
Alleen door U http://youtu.be/6CJ2dP0Y00g
Sinds onze reis naar Roemenië in 2008 hebben we geen huis dieren meer. Behalve dan nog onze kippen. Maar we hebben geen loopeenden meer, geen porci (hangbuikwijntjes) en geen konijn meer.
De ellende is dat ik geen dieren in een hokje kan zien zitten. Ik laat ze altijd vrij. Misschien is dat ook wel mijn moeite met die mannen achter de tralies… Onlangs in de gevangenis hadden we daarover wel een boeiend gesprek. Hij zat nog maar amper of een gast begon heel aanvallend het gesprek: “Belachelijk dat we hier vast zitten. Omdat we een paar boetes niet betaald hebben. Die 150 euro, moet je zien wat het de staat nu kost enz. enz.”
Een schot in de roos natuurlijk en ik kon niet anders dan zeggen: “dat klopt… weet je dat dit ook iets is wat me al jaren bezighoudt, hoe kan dit anders. En ik vraag jou mee hierover na te denken. Hoe kunnen we dit anders oplossen? “ “Nou”, zei er iemand… “ zet ze aan het werk, dan levert het tenminste nog wat op. Ik zei: “maar dat gebeurd toch ook. Er zijn toch taakstraffen. Maar die mensen ontmoet ik hier ook en dan vertellen ze dat ze niet gegaan zijn. En wat moet je dan doen als iemand niet komt?”
We gingen diep met elkaar de discussie in en op een gegeven moment zagen zij de oplossing in werken op een terrein met een omheining. Een soort gevangenis dus. ![]()
Heel komisch, maar toen legde ik hen het volgende voor:
“Toch is het eigenlijk veel gemakkelijker. Als mensen gewoon geen overtreding meer begaan. Dan is het niet meer nodig dat er boetes uitgedeeld worden. Dan is er geen politie meer nodig, er is geen rechter meer nodig, en er is ook geen gevangenis meer nodig. Zo eenvoudig ligt dat volgens mij…”
Ze vielen even stil, en toen kwam er van verschillende kanten… “ja… maar dat kan niet.”
Ik vroeg: “waarom niet?” en het antwoord was: “omdat de mens slecht is.”
En toen… toen konden we aan een echt gesprek beginnen. “Hoe komt het dat de mens zo slecht is?”
Geweldig leuk als een gesprek dit oplevert.
Ik moet ze daar weer achterlaten en ik ga door de gesloten hekken weer naar buiten. En misschien hebben we daarom wel geen dieren in een hokje….
Maar… ook al hebben we geen huisdier, we hebben wel een huishaas. En die voelt zich vrij en blij op ons erf. Elke dag komt hij wel langs. Deze week maakte Rykle deze foto, de haas keek door onze glazen deur naar binnen. Aan de ene kant van het glas zat Rykle met de zijn telefoon met camera, en Tjeerd en ik stonden ernaast, aan de andere kant van het glas stond het haasje nieuwsgierig naar binnen te kijken. We zijn blij met dit diertje, hij mag zelfs binnenkomen maar tegelijk denk ik: “blijf jij maar lekker buiten. Vrijheid, blijheid.”
Tegen onze 100 jaar oude – op instorten na nog overeindstaande - schuur, hebben we 5 jaar geleden 50 rozenstruiken geplant. En het is gewoon niet te begrijpen dat de bijna uitgedroogde stokjes, die we toen in de grond stopten, ons elk jaar zo’n grote weelde aan rozen opleveren. Echt prachtig.
Maar dat is niet alles, ze hebben er ook mee voor gezorgd dat we een dak op ons huis hebben.
We deden het samen, Tjeerd groef een gat en ik deed de struikjes erin, 1…2… 40… puf…. 42… puf… maar toen Tjeerd gat 49 groef gaf hij een kreet van verbazing die even later overging in een jubel. “Hé….. nee maar…. Moet je hier eens zien….” Hij liet zich op zijn knieën vallen, stak beide handen in het gat en trok en trok…. En daar keek hij naar een in plastiek verbonden zak met schroeven en bouten. Eindelijk werd het me duidelijk waarom hij zolang gewacht had met het plaatsen van de dakplaten. “Ik was deze zak kwijt”, zei hij. “Het zijn hele speciale RVS bouten, met het verplaatsen van het zwarte zand en het egaliseren zijn ze dus onder de grond beland. Niet te geloven dat ik ze hier nu opgraaf. ..”
Die rozen… Voor 50 euro stopten we in de grond en voor 350 euro haalden we er weer uit. En we hebben nu een huis dat tegen regen kan.
Toen ik gisteren het synodeverslag(je) las dacht ik, zoals zo vaak bij me opkomt: Hoe zou de kerk eruit zien als we als derde kenmerk van de kerk: “Liefde” hadden genomen?
Liefde en trouw zijn de belangrijkste eigenschappen van God.
Door het woord tucht krijgt het een beladenheid waar we vaak geen raad mee weten en waar volgens mij ook wel eens liefdeloos mee omgegaan wordt.
Ik weet, met heel veel woorden wordt uitgelegd dat tucht ook gezien moet worden als een vorm van liefde, maar ik geloof dat we zonder uitleg het woord liefde begrijpen, dat liefde alles in zich heeft wat voor ons behoud nodig is. En nogmaals, dit zijn de eigenschappen van God die steeds weer genoemd worden.
Overigens wel mooi even te kijken wat het woord tucht betekent.
In 2 Corinthiërs 13:11 staat: “neem mijn vermaningen ter harte”. Iemand vermanen betekent: iemand erbij roepen. Iemand weer tot de orde van de Liefde terugroepen! Dat gebeurt dus door woorden. De NVB gebruikt hiervoor de woorden: aansporen, bemoedigen, en zelfs: troosten. Het Griekse woord voor vermaan is Parakaleoo.
In de Bijbel, naast het woord vermanen, wordt ook gezegd dat er tucht uitgeoefend moet worden, en dan staat daar het woord: paideia, een woord dat we kennen van: pedagogiek. En van de Pabo: Het opvoeden van kinderen! Tucht en broederlijk vermaan is dus niet anders dan: pedagogisch broederlijk aansporen, bemoedigen en troosten, zoals de Heilige Geest, de Parakleet, het doet.
Belangrijk om hier eens naar te kijken lijkt mij want tucht wordt in onze Nederlands taal uitgelegd als: Discipline, dwang, strenge gehoorzaamheid, leiding, onderwerping, strenge orde, vaste dwingende leiding.
Misschien een idee om hier tegelijk met de kerkorde eens naar te kijken?
Gisteren lazen we het Avondmaalformulier, “een ieder eet en drinkt zichzelf een oordeel” en terwijl ik deze woorden las dacht ik. Is dat niet met alles zo. Als ik zondags in de collecte van mijn rijkdom een 5-eurocent gooi is dit tot mijn eigen veroordeling? Of als ik in de kerk de goede woorden van het evangelie over me heen laat gaan roep ik dan niet mijn eigen veroordeling over me uit. Of als ik de zegen naast me neerleg…
Prof. Holwerda zegt in zijn preek over HC 2:
“Avondmaal-vieren betekent niet: nu begin ik weer met een schone lei, nu heb ik er geen last meer van. Maar avondmaal vieren is: ik ben in het paradijs Gods geweest; ik heb mogen eten van de boom des levens; maar nu krijg ik last van mijn zonde; nu, na het avondmaal, zeg ik: o God, wat doe ik hier eigenlijk? Ik heb uw liefde gezien en getast en gesmaakt. Maar nu ik in het klimaat van het paradijs heb mogen ademen, nu verfoei ik mij en heb berouw in stof en as. Nu ik uw liefde heb gezien, nu weet ik weer, wat Gij van me vraagt.”
Tucht is er doormiddel van het Woord maar waarom heeft de kerk bedacht dat dit aan het Avondmaal gekoppeld moest worden?
Respect voor de auteur, die ons zicht geeft op de gang van zaken in haar eigen gezin!
Wat wordt er op Twitter gezegd over ?
Er zijn geen downloads bij 'Ons kind heeft PDD-NOS'.