Is het afscheid van de persoonlijke God onvermijdelijk voor weldenkende mensen? vraagt theoloog en godsdienstfilosoof Arjan Markus zich af.
Op een integere wijze laat hij zien dat niet alle argumenten om het christelijk geloof in God vaarwel te zeggen even steekhoudend zijn, ook al is dit geloof zeker niet vanzelfsprekend.
Is het afscheid van de persoonlijke God onvermijdelijk voor weldenkende mensen? vraagt theoloog en godsdienstfilosoof Arjan Markus zich af.
Op een integere wijze laat hij zien dat niet alle argumenten om het christelijk geloof in God vaarwel te zeggen even steekhoudend zijn, ook al is dit geloof zeker niet vanzelfsprekend.
Zijn gesprekspartners, christelijke gelovigen en andersdenkende zinzoekers, komen met plausibele gedachten en reële vragen. Geloven in een persoonlijke God past niet meer in ons wetenschappelijke wereldbeeld. Zo’n God belemmert ons in onze zelfontplooiing.
Bovendien: hoe is al dat lijden in de wereld mogelijk wanneer er een God zou bestaan die daar een einde aan kan maken? Voor veel mensen ligt het dan ook meer voor de hand om te geloven dat er ‘Iets’ is dan ‘Iemand’. Toch is het geloof in een persoonlijk God een mogelijkheid die openligt, ook voor mensen van nu.
Een spannend boek van een christen die vragen en argumenten van niet-christenen zeer serieus neemt.
Lees verder »
![]() |
abonneer op RSS feeds | ![]() |
deel deze pagina met je vrienden |



Arjan Markus is missionair predikant van de Jacobikerk te Utrecht.
‘Wij zijn ons brein’, zei Dick Swaab. ‘Nee’, zei Herman van Praag, ‘wij zijn onze geest’. En daar begon woensdagavond tijdens het Jacobidebat een discussie tussen twee slimme mannen, die langs elkaar heen praatten. Ze leken op de twee koningskinderen uit het Oudnederlandse liedje.
Er waren twee koningskind’ren
die hadden elkander zo lief
zij konden bijeen niet komen
het water was veel te diep
Voor Swaab en van Praag is er wel hoop. Ze kunnen bij elkaar komen als ze een brug slaan door de juiste taal te spreken. Ze zullen het dan waarschijnlijk niet eens worden, maar ze praten dan niet meer langs elkaar heen.
Het probleem is dat zij (en met name Swaab) hun stelling ‘Wij zijn ons brein’ of ‘Wij zijn onze geest’ verdedigen met een beroep op wetenschappelijke argumenten vanuit empirisch onderzoek. ‘Wij zijn ons brein, kijk maar als we dit denken of dat ervaren dan doet ons brein zus of zo. In een experiment kunnen we ons brein bepaalde prikkels geven zodat we een ervaring opdoen. Ons brein produceert onze geest.’ Wat Swaab niet lijkt te beseffen is dat uitspraken als ‘wij zijn ons brein’ of ‘ons brein produceert onze geest’ of ‘wij zijn onze geest’ geen empirisch te onderbouwen uitspraken zijn. Het zijn geen fysische uitspraken.
Swaab had moeten zeggen: wetenschappelijk onderzoek laat zien dat ons brein op die en die manier werkt en daarnaast geloof ik dat we ons brein zijn en dat er alleen maar materie is. Als wetenschapper kan Van Praag de wetenschappelijke uitspraken van Swaab over de werking van ons brein bevestigen of bestrijden met argumenten uit empirisch onderzoek. Daarnaast kan hij Swaab’s geloofsuitspraak dat we alleen ons brein zijn, betwisten door er zijn eigen geloofsuitspraak ‘wij zijn onze geest’ tegenover te stellen en daar argumenten voor te geven. Maar die argumenten kunnen niet empirsch zijn, het is een andere vorm van argumentatie: een metafysische. In de discussie is dus een helder onderscheid nodig tussen fysische en metafysische beweringen.
In Adieu God probeer ik dit duidelijk te maken met de geboorte van een kind. Je kunt zeggen de geboorte van een kind heeft biologische oorzaken: de samensmelting van een eicel met een zaadcel. Is die uitspraak strijdig met de bewering van een gelovige ouder dat die geboorte een Godsgeschenk is? Nee, want het zijn verklaringen van verschillend soort. De verklaring uit biologische oorzaken is een fysische verklaring. Je kunt die bestrijden door een andere biologische verklaring te verdedigen. Daarnaast kun je ook metafysische beweringen doen en zeggen: ‘de geboorte van dat kind is toeval’, of ‘de biologische verklaring is de enige echte verklaring die er is, want er is alleen maar materie’. Ook mogelijk is de metafysische verklaring: God heeft de fysische processen beïnvloed en dit kind is daarom ook een Godsgeschenk. Fysische beweringen kun je dus combineren met metafysische.
Ik ben zeer benieuwd wat nu de argumenten voor Swaab zijn om de metafysische bewering te doen dat wij alleen maar ons brein zijn en dat er niet meer is dan materie. Vindt hij dat intuïtief beter passen bij empirische methode van zijn onderzoek? Dan kan natuurlijk. Als gelovige heb ik een andere intuïtie.
Sommige atheïsten zoeken troost in religieuze rituelen en teksten waaruit God is weggeknipt. Dat project is gedoemd te mislukken.
Vandaag de dag trekt een nieuw soort atheïst de aandacht in het publieke debat. We hadden al de boze atheïst die geërgerd betoogt dat God echt niet bestaat en dat ieder weldenkend mens nu eindelijk eens moet stoppen met geloven. Iemand als Richard Dawkins is er het prototype van. Maar tegenwoordig is er – verrassend genoeg – ook de ontroostbare atheïst. Lees verder in de Volkskrant
De gedachte dat wetenschap God tot een overbodige hypothese maakt, is een mythe.
Voor weldenkende mensen zou het afscheid van God onvermijdelijk zijn. Wij weten immers dat wij ons brein zijn, zoals hersenonderzoeker Swaab ons heeft geopenbaard, en dat alles in de werkelijkheid te herleiden is tot materiële processen. Wij hebben een wetenschappelijk wereldbeeld en de wetenschap botst met het godsgeloof. Sterker nog, de wetenschap maakt God tot een overbodige hypothese.
Lees verder in de Volkskrant
Het blijft een vreemd verhaal: een Joodse man die in het jaar 33 aan een kruis sterft en die een paar dagen later weer levend is. Je kunt je afvragen wat je daar nu mee moet als weldenkend mens. Opvatten als fictie? In dat geval gaat het wel om goed gedocumenteerde fictie. Dat is iets wat weinig mensen weten. Er heerst een Dan Brown-achtig idee dat de kerk dit soort verhalen, al dan niet vanuit eigen belang, een aantal eeuwen na Jezus’ optreden op papier heeft gezet. Dat is echter niet waar. Het oudste schriftelijke bericht van Jezus’ opstanding wordt rond het jaar 55 gedateerd. Toen was ‘de kerk’ nog niet op het toneel verschenen. Er waren alleen in een aantal grote steden in het Middellandse Zeegebied groepen volgelingen van Jezus ontstaan. Dit eerste schriftelijke bericht over de opstanding is te vinden in een brief van Paulus, gericht aan zo’n groep volgelingen van Jezus in de Griekse havenstad Korinthe. Hij schrijft in het jaar 55, dat is dus zo’n twintig jaar na de kruisiging van Jezus. Historisch gezien is dat erg dicht bij het vuur. De oorspronkelijke brief is er niet meer, maar de oudst bewaarde kopie (het zogenaamde Papyrus 46) komt uit ca. 200. Dat is uniek. Bij mijn weten zijn er verder geen geschriften uit de klassieke oudheid waarvan we kopieën bezitten die zo dicht liggen bij de datering van het oorspronkelijke manuscript.
Het is overigens duidelijk dat Paulus zijn bericht over de opstanding zelf helemaal niet als fictie bedoelde. Hij schrijft in 55 over de boodschap die hij een aantal jaren eerder had gebracht in Korinthe. Het belangrijkste dat hij heeft doorgegeven aan hen, schrijft hij, is dat Christus is gestorven, dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt. ‘En dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven.’ Ook de schrijvers van de vier Evangeliën brengen hun bericht over de opstanding van Jezus als non-fictie. De Evangeliën zijn van later datum dan de brief van Paulus. Het oudste evangelie, dat van Marcus, komt waarschijnlijk uit 70. Dus minder dan veertig jaar na de kruisiging. De andere Evangeliën volgen zo’n 10 tot 20 jaar later. Het oudste fragment dat wij hebben van de Evangeliën komt uit ca. 150. Het bericht van de opstanding is in feite dus de best gedocumenteerde non-fictie uit de klassieke oudheid.
Moet je daarom geloven dat de opstanding waar is? Tja, misschien zou het een van de redenen kunnen zijn.
‘Red de psychologie uit de klauwen van de hersenonderzoekers.’ Zo kopte NRC Handelsblad (12/2/11) bij een opinieartikel van klinisch psycholoog Jan Derksen. Derksen voert daarin een pleidooi om het functioneren van de menselijke geest niet te reduceren tot processen in de hersenen. Zijn klacht is dat hersenonderzoekers als Dick Swaab niet begrijpen ‘dat biologie en fysiologie noodzakelijke, maar nooit voldoende voorwaarden zijn voor psychologisch functioneren.’ Psychologen moeten daarom in hun vak het diagnosticeren en beïnvloeden van psychologische processen niet laten wegdrukken door empirisch onderzoek van het brein.
Het is natuurlijk niet alleen de menselijke geest die door sommige hersenonderzoekers wordt gereduceerd tot processen in ons brein. Ook zaken als liefde of religieuze ervaringen treft dat lot. Wij zijn ons brein. Er is in onze werkelijkheid ook niets anders dan dat wat je zintuiglijk kunt onderzoeken. Er is geen hogere werkelijkheid.
In deze beleving van de wereld is geen ruimte meer voor God en godsgeloof. Nu denk ik niet dat God gered moet worden uit ‘de klauwen van de hersenonderzoekers’. (Ik denk overigens ook niet dat hersenonderzoekers klauwen hebben.) Maar ik wil wel graag, net als ik in Adieu God gedaan heb, een pleidooi voeren voor een bredere blik op de werkelijkheid. Een blik die ruimte laat voor meer zaken dan alleen maar ons brein en materie.
Misschien is de neiging om ons tot ons brein te reduceren wel een gevolg van de ontdekkervreugde. Dat kan ik me goed voorstellen. Het is natuurlijk fascinerend om steeds meer te ontrafelen hoe ons brein werkt!
Het doet me denken aan de ontdekking van kinderen die net leren lezen. Ze pakken een boek en spellen hardop de letters en zijn verrukt dat die letters woorden blijken te vormen. Ze zouden kunnen denken op dat moment dat een boek uit louter woorden bestaat. En dat is ook zo: een boek bestaat uit woorden, maar er is meer. Samen vormen de woorden een verhaal. Het verhaal is meer dan alleen maar woorden. Ik denk dat de processen van onze hersenen onderdeel zijn van een groter verhaal. Dat verhaal is meer dan alleen maar hersenprocessen.
Uiteindelijk kom je alleen bij God uit als hij je aanraakt en overtuigt. Daar kan heel wat redeneren en zoeken aan vooraf gaan. De aanraking kan overigens best gaan via dat zoeken en redeneren. Maar uiteindelijk komt de overtuiging dat God er is en dat hij de moeite waard is ‘van de andere kant.’ Je wordt overtuigd. Deze bewering in Adieu God ontlokt bij een aantal christelijke lezers de opmerking ‘Dat is dus uitverkiezing!’
Dat is zo, maar hoe zou het ook anders kunnen? Een God die de dimensies van ons bestaan te boven gaat en onze denken overstijgt. Dacht je dat je die op je eigen houtje zou kunnen bereiken? Zo’n God kunnen wij alleen vinden als hij ons vindt.
‘Ja, maar sommigen kiest hij dan blijkbaar wel uit en anderen niet. Uitverkiezing is ook uitsluiting.’ Nou, dat valt te bezien. Ik vind het ook moeilijk om te begrijpen waarom sommige mensen wel gaan geloven en waarom het anderen niet lukt. Sommigen kiest God uit, dat blijkt. Maar over de anderen kunnen wij niet veel zeggen. Wat weten wij van de weg die God met hen gaat? We weten alleen, voor zover wij dat kunnen zien tenminste, dat nu nog niet gebleken is dat God hen uitkoos.
Wat er verder kan gebeuren met hen, dat moeten wij open laten. We moeten van God geen kruidenier maken die zuinigjes een onsje meer of minder afweegt, die een paar krenten uitzoekt en de rest aan de kant schuift. Dat kan ik op geen enkele manier rijmen met de God die je in Jezus tegenkomt. Een God die alles uit de kast haalt om mensen te bereiken met zijn verzoening. Een God die zo ver gaat dat hij in Jezus zichzelf over heeft.
Van deze God heb ik grote verwachtingen als het gaat om mensen die op dit moment niet door God geraakt zijn. Hoe het allemaal verder zal gaan weet ik ook niet. Maar God is geen kruidenier.
Op 22 januari wordt om 11.17 uur een gesprek uitgezonden op Radio 5 met Andries Knevel over Adieu God in het programma Andries Radio.
Op zondag 19 december ging ik in gesprek bij Schepper & Co met Yko van der Groot op Radio 5. Dit gesprek is na te luisteren via de site van de NCRV. Het begint bij 01:02:38.
Wat wordt er op Twitter gezegd over ?
Er zijn geen downloads bij 'Adieu God'.